Wat is Spoed = Spoed?

 
Met het deelproject Spoed = Spoed willen we bereiken dat we als huisartsen en huisartsenposten samen de ANW-zorg weer 100 procent spoedzorg maken. We streven ernaar dat op alle posten alleen U1, U2 en in noodzakelijke gevallen een U3-patiënt wordt gezien. Dat vraagt wat van ons op de post en in de praktijken om te organiseren dat U3 en overige patiënten de volgende dag of als het weekend is overdag op de post worden gezien. Dat levert wel wat op. Spoedzorg op de post zoals het bedoeld is.

De keuze voor is 'Spoed = Spoed, minder huisartsen in de nacht, meer fitte huisartsen overdag'. Het doel van het project is vermindering van (ervaren) werkdruk/werklast voor alle dienstdoende professionals op de huisartsenpost: huisartsen, triagisten en ondersteunend personeel. De focus op de nacht helpt om de grootste druk op een zo kort mogelijke termijn weg te nemen. Als sprekend voorbeeld is er de pilot “Alleen U1 en U2 in de nacht” die al in 2 regio’s loopt en waar veel belangstelling voor bestaat in andere regio’s. De eerste resultaten kunnen we gebruiken om tot een (halve) blauwdruk te komen voor de andere regio’s. Wat betekent SPOED = SPOED nu voor de verschillende stakeholders en hoe kunnen we tot resultaten komen?

Wat betekent Spoed = Spoed voor:

1. De patiënt

Iedere zorgvrager kan terecht bij een huisartsenpost met een spoedvraag. Dat kan via de website of via de telefoon. Wat volgt is een medische beoordeling van de spoedvraag. Afhankelijk van de uitkomst zijn er de volgende mogelijkheden:

  1. U4/U5: zelfhulp advies en volgende (maan-)dag indien nodig contact opnemen met eigen huisarts
  2. U3: advies en gelijk afspraak voor de volgende ochtend bij eigen huisarts of in het weekend bij de huisartsenpost.
  3. U1/U2: consult op de huisartsenpost of visite.

Het is belangrijk om iedere inwoner van alle regio’s in Nederland bewust te maken dat de huisartsenpost er alleen is voor spoed. Omdat dit voor veel mensen lastig is om zelf te beoordelen, kunnen we hen daarbij helpen via campagnes in de media en via digitale zelftriage.

2. De huisarts

De huisarts wordt gevraagd om de dagzorg in de eigen praktijk optimaal te organiseren om daarmee zoveel als mogelijk te voorkomen dat patiëntenen een beroep moeten doen op de zorg in de nacht. Dat kan door:

  1. De telefonische bereikbaarheid van de praktijk te garanderen tot 17.00 uur.
  2. Iedere ochtend een spoedplaats in te plannen die door de huisartsenpost indien nodig gevuld kan worden.
  3. Te anticiperen op palliatieve, terminale patiënten en hun zorgbehoefte in de nacht.

3. De dienstdoende huisarts/triagist

Om de consulten en visites in de nacht te beperken tot U1 en U2 vraagt dit een aanscherping van het triageproces. Dit betekent dat de (regie)huisarts en de triagist samen moeten leren om anders te reageren op met name de U3-vragen. Geen U4 en U5 meer in de nacht is al mogelijk, de winst zit in de U3. De lopende pilots laten zien dat met een goede, gezamenlijke training winst is te behalen in het anders omgaan met U3. De huisartsen en de triagisten zouden moeten deelnemen aan zo’n training.

4. De huisartsenpost

De bijdrage van de huisartsenpost in dit project is om maatregelen te nemen om de instroom te beperken en de doorstroom te vergroten of om het aantal locaties te beperken. Dit kan door afspraken te maken met de aangesloten huisartsen (zie hierboven) en de organisatie van de nachtzorg aan te passen. De mogelijkheden voor dat laatste zijn:

  1. Stimuleren van het gebruik van digitale zelftriage door prominente plaatsing op de eigen website en boodschap op de telefoon.
  2. Lokale persberichten
  3. Afspraken maken met de regionale ketenpartners, zoals VVT, GGZ en SEH over het (door)verwijzen van patiënten in de nacht.
  4. Trainingen 'Anders triëren' organiseren voor huisartsen en triage-personeel.
  5. De nachtzorg te centraliseren en op minder locaties aan te bieden dan nu het geval is.

5. De ketenpartners

Het meeste kan opgepakt worden door de huisartsen en huisartsenposten in de regio. Aan de ketenpartners wordt wel gevraagd om daar waar nodig medewerking te verlenen om de nachtzorg behapbaar te maken. Dat kan vooral door de zorg te leveren daar waar die het beste gegeven kan worden. De huisarts of huisartsenpost is niet altijd de juiste plek als er al contact/behandelrelatie is met andere instanties zoals thuiszorg, GGZ, etc.

6. De overige partners

Zorgverzekeraars, ministerie van VWS, NZa en IGJ worden op de hoogte gehouden en waar nodig aangehaakt, bijvoorbeeld voor publiekscampagnes.

 

Het proces van Spoed = Spoed visueel weergegeven 

Het proces van Spoed = Spoed visueel weergegeven

Bekijk welke huisartsenposten tot de koplopers behoren

Heeft u vragen over het deelproject Spoed = Spoed? Neem dan contact met ons op.

Contact