Zorgcoördinatie

 
 
Eén regionaal loket ter beoordeling van alle acute zorgvragen. Wij zoeken huisartsenposten die hiermee willen participeren in een pilot. Huisartsenpost, wijkverpleging, acute ggz en ambulancedienst organiseren samen de acute zorg in een zogenaamd zorgcoördinatiecentrum.

Waarom

De zorgvragen nemen toe en worden complexer, onder meer omdat ouderen langer thuis wonen. Patiënten met een acute zorgvraag kunnen nu op verschillende plekken terecht en weten niet altijd waar hun vraag thuishoort.

Alle acute zorgpartners kampen met beperkte middelen en menskracht. Dat maakt samenwerking zo belangrijk, zodat mensen niet onnodig door verschillende zorgverleners worden gezien, en bijvoorbeeld niet in het ziekenhuis terechtkomen als ze daar niet thuishoren.

Doel

Het doel van zorgcoördinatie is een betere geleiding van de acute zorg, waardoor er een efficiëntere inzet van beschikbare middelen, mensen en budgetten mogelijk is. Alles wat niet spoed is moet daarnaast een zelfzorgadvies krijgen of worden omgebogen naar planbare zorg op een ander tijdstip.

De patiënt met een acute zorgvraag krijgt de benodigde zorg van de juiste zorgverlener, op het juiste tijdstip en de juiste plek, en er is een goede regie op de vervolgzorg.

Resultaat

Voor patiënten wordt de acute zorg overzichtelijker en daarmee toegankelijker. Zij kunnen bij één loket terecht en hoeven niet zelf op zoek waar zij op hun zorgvraag een passend antwoord kunnen krijgen.

Voor de partijen in de acute zorgketen betekent dit dat zij minder tijd en geld kwijt zijn aan zorgvragen die niet bij hen thuishoren.

Aanpak

De regionale ambulance voorzieningen (RAV) nemen het initiatief voor een pilot en gaan het gesprek aan met geïnteresseerde huisartsenposten.

De RAV en de huisartsenpost stemmen samen af en werken samen. Het heeft de voorkeur dat de acute ggz en de wijkverpleging ook meedoen. Zij regelen samen een eenduidige toegang tot de zorg, een centrale triage (dit betekent niet perse dat alle betrokken op 1 centrale plek zitten; dit kan ook virtuele centrale triage zijn), een passende zorginzet en de concentratie van de daarop volgende zorg. Ook bevorderen zij zelfmanagement van de patiënt.

Alle partijen betrokken bij een pilot zorgcoördinatie stellen een businesscase op passend bij de behoeften en kenmerken van de betreffende regio, want de regionale verschillen zijn groot.

Met de opgestelde business case kan vervolgens ook onderhandeld worden met de zorgverzekeraars.

Aandachtspunten

Alle partijen moeten dezelfde urgentieclassificaties hanteren, want de triage moet eenduidig zijn.  

Daarnaast moet het zorgcoördinatiecentrum een overzicht hebben van de beschikbare expertise en capaciteit op ambulancezorg, huisartsenzorg, medisch specialistische zorg, bedden, thuiszorg en crisis ggz. Hiervoor zijn goede ICT voorzieningen nodig.

Een voorlichtingscampagne voor patiënten is noodzakelijk, zodat zij weten bij welk loket zij terecht kunnen en weten wat een acute zorgvraag is.

Contactpersoon

Astrid Scholl, Programmamanager Acute Zorg, a.scholl@ineen.nl