ANW-verdeling

 
In het project ANW-verdeling nemen we als huisartsen en huisartsenorganisaties stappen om samen te onderzoeken of het mogelijk is tot een ander model van het invullen van de ANW-diensten te komen. We onderzoeken en toetsen of de verantwoordelijkheid voor het verdelen en uitvoeren van de diensten bij alle huisartsen kan liggen (“delen en verdelen”). Het idee is om zo te komen tot een gelijkmatige verdeling van de verantwoordelijkheden die horen bij het realiseren van de kernwaarden continuïteit en gezamenlijk. En daarbij de individuele dienstenbelasting zo gelijkmatig mogelijk te verdelen.

Projectbeschrijving

In focusgroepen onderzoeken en toetsen we welke mogelijkheden voor ANW-verdeling bestaan. In diezelfde focusgroepen wordt gepeild welk draagvlak daarvoor is. De focusgroepen worden evenwichtig samengesteld uit de diverse groepen huisartsen en medisch managers op de huisartsenposten. De focusgroepen zijn in 2020 gehouden en de resultaten worden in november 2020 verwacht.

Tip: Lees het artikel uit De Dokter 'De Toekomst van de ANW-zorg. Spoed = Samen'

LHV-ledenonderzoek:

ANW-diensten, hoe kan het anders

De ANW-zorg geeft niet alleen druk, maar veroorzaakt ook spanning tussen huisartsen. Ook al vervullen waarnemend huisartsen zeker de helft van de ANW-diensten, de formele verantwoordelijkheid ervoor ligt bij de praktijkhoudende huisartsen. Zou dat ook anders kunnen? Wat vinden huisartsen daar zelf van? Die vraag heeft de LHV dit najaar laten onderzoeken door onderzoeksbureau MWM2. Het bureau ging met 24 betrokkenen in gesprek: praktijkhouders, waarnemers, hidha’s en medisch managers van huisartsenposten. Twee van hen waren Simon Kleijkers, praktijkhouder van Gezondheidscentrum Hoensbroek Noord, en Bas Vestjens, waarnemer en voorzitter van de wagro in de regio Nijmegen.

‘Er is nog zoveel te verbeteren’

‘Het zegt natuurlijk wel wat dat ik kaderarts spoedzorg ben en medisch adviseur van de huisartsenpost in Heerlen. Spoedzorg vind ik een heel interessant onderdeel van ons vak’, zegt Kleijkers meteen. ‘Ik snap dat de ANW-diensten als druk worden ervaren, maar ik zie ook mogelijkheden om daar wat aan te doen. Dat begint bij de organisatie van de dagpraktijk. Hoe makkelijker patiënten overdag bij hun huisarts terecht kunnen, hoe minder ze zullen uitwijken naar de huisartsenpost. We kunnen zowel in de dagpraktijk als op de HAP tijd winnen door meer gebruik te maken van digitale consulten, bellen en beeldbellen. Het is lang niet altijd nodig om een patiënt fysiek te zien.’ Daarnaast denkt hij dat het helpt als elke huisarts de ABCDE-methode voor spoedzorg aanleert. ‘Die methode wordt door alle disciplines in de spoedzorg gebruikt, ook de ambulancediensten en de SEH. Als iedereen dezelfde taal spreekt, geeft dat een bepaalde rust.’

Het probleem dat praktijkhouders formeel verantwoordelijk zijn voor de ANW-diensten en waarnemers de diensten kunnen kiezen die ze willen, ziet hij ook. ‘Wij hebben er in Heerlen voor gekozen om de waarnemers via de wagro actief bij de post te betrekken en mee te laten denken en beslissen. Daardoor voelen waarnemers zich ook verantwoordelijk voor de diensten. Dat scheelt enorm.’

Dat waarnemers een hoger tarief vragen, vindt hij niet vreemd. ‘Ik denk niet dat waarnemers voor het tarief moeten gaan werken dat praktijkhouders krijgen voor een ANW-dienst. Het NZa-tarief voor ANW-diensten is bespottelijk laag, dat zou omhoog moeten. Huisartsenposten moeten kwalitatief goede zorg bieden. De eisen zijn hoog: je werkt samen met een team waarmee je nooit samenwerkt en je ziet vooral patiënten die je niet kent. Misschien zit daar ook nog wel een verbeterpunt. Mogelijk kunnen we voor een bepaalde continuïteit in ANW-teams zorgen, door per avond een vaste teamleider aan te stellen. Intensievere samenwerking met de SEH biedt ook mogelijkheden. Onze huisartsenpost zit in het ziekenhuis. We overleggen zo nodig en helpen elkaar als het heel druk is. Door meer samen te werken, en bijvoorbeeld een gezamenlijke triage te doen, kunnen zowel de HAP als de SEH efficiënter werken en zijn er uiteindelijk minder mensen nodig. Die kant moeten we zeker uit.’

‘Allemaal een stapje naar het midden’

‘In coronatijd zijn de ANW-diensten een stuk rustiger dan ze voor die tijd waren. Er zijn ook minder diensten te doen, omdat praktijkhouders meer diensten zelf doen’, zegt Bas Vestjens, waarnemer in de regio Nijmegen en voorzitter van de wagro in die regio. ‘Maar ik denk dat het na corona weer net zo druk als voorheen. Als patiënten overdag moeilijk bij hun vaste huisarts terecht kunnen, wijken ze uit naar de HAP. Het is niet de bedoeling, maar ik snap het wel.’

‘Dat schisma tussen praktijkhouders en waarnemers, ik word er heel moe van. Het is onzin dat de waarnemers alleen maar de fijne diensten overnemen en de praktijkhouders met de andere diensten laten zitten. We zijn als huisartsen samen verantwoordelijk voor spoedzorg. Het hoort bij ons ons vak. Acute zorg is een vaardigheid die je moet onderhouden. Je moet in stressvolle situaties weten hoe je moet handelen.’

Vestjens heeft een oplossing: ‘Ik zou het een goed idee vinden als waarnemers zich aan een huisartsenpost verbinden en zich committeren om een minimaal aantal diensten te doen. Daarmee leren zij de huisartsenpost beter kennen en krijgen ze ook meer binding met de regio. Dan wordt er vanzelf minder geshopt. Daar moet wel iets tegenover staan. Je kunt alleen meer committment van waarnemers vragen, als zij ook de kans krijgen om mee te denken en mee te beslissen over die huisartsenpost. Veel waarnemers hebben nu het gevoel dat ze als werkpaard worden gebruikt, maar geen inspraak hebben.’

Huisartsen hebben elkaar allemaal nodig, zeg hij. ‘De groep praktijkhouders slinkt, de groep waarnemers groeit. Aan de ene kant omdat jonge huisartsen met een jong gezin flexibiliteit willen, maar ook omdat jonge huisartsen opzien tegen de sores die een praktijk tegenwoordig met zich meebrengt. Het is een vicieuze cirkel. Een tekort aan praktijkhouders leidt tot een tekort in de dagzorg en tot meer druk op de ANW-diensten. We kunnen de kloof overbruggen, maar dan moet iedereen bereid zijn een stapje naar het midden te zetten. Praktijkhouders kunnen eerder een maat zoeken, die later ook de praktijk kan overnemen. En waarnemers? Wij moeten de bal oppikken en bereid zijn om als maat in te stappen en praktijken over te nemen. Wat voor soort huisarts we ook zijn, we houden allemaal van dit vak. We moeten vormen vinden waarbij we het samen doen.’ 

Heeft u vragen over het deelproject ANW-verdeling? Neem dan contact met ons op.

Contact